Kinderfysiotherapie

KINDERFYSIOTHERAPIE

Kinderen leren spelenderwijs. Door te bewegen en te spelen ontwikkelen kinderen hun zintuigen en motoriek. Bij sommige kinderen is er sprake van een vertraagde of afwijkende ontwikkeling. Een kinderfysiotherapeut heeft na de basisopleiding fysiotherapie de vier jaar durende masteropleiding kinderfysiotherapie gevolgd en is zo gespecialiseerd in de behandeling van het motorisch functioneren van kinderen en jongeren van 0 tot 18 jaar.

HOE KOM JE BIJ ONS?

De huisarts of medisch specialist (bijv. kinderarts of kinderrevalidatiearts) kan uw kind verwijzen naar de kinderfysiotherapeut. Ook is het mogelijk zonder verwijzing naar de kinderfysiotherapeut te komen, wanneer u twijfels heeft over de ontwikkeling van uw kind.

Kinderfysiotherapeutische behandeling wordt in de basisverzekering 18 keer vergoed.


DE BEHANDELING

Wanneer het kind naar de kinderfysiotherapeut komt, vindt er een intake plaats om duidelijkheid te krijgen over de hulpvraag. Door middel van observatie, onderzoek en gestandaardiseerde tests krijgt de kinderfysiotherapeut een volledig beeld van het motorisch functioneren van het kind. De kinderfysiotherapeut bespreekt de bevindingen met de ouders/verzorgers en stelt een behandelplan op. Indien nodig zal de kinderfysiotherapeut, met toestemming van de ouders/verzorgers, contact opnemen met de huisarts, consultatiebureauarts, leiding van een kinderopvang, leerkracht of andere betrokken disciplines. De behandeling zal erop gericht zijn de motorische en/of zintuiglijke ontwikkeling van het kind te stimuleren.

INDICATIES

De groep kinderen die een kinderfysiotherapeut begeleidt, kan in drie hoofdgroepen worden verdeeld: baby's, peuters & kleuters en oudere kinderen.

Wanneer kinderfysiotherapie?

Bij baby’s met een voorkeurshouding, asymmetrisch bewegen, afplatting van de schedel, motorische ontwikkelingsachterstand en bijzondere voortbewegingsvormen zoals op de billen schuiven.

Bij peuters & kleuters met een afwijkend looppatroon zoals op de tenen lopen, vaak vallen of struikelen, motorische ontwikkelingsachterstand in de grove en/of fijne motoriek, moeite met knutselen, kleuren en/of tekenen, moeite met leren fietsen en moeite met gymnastiek op school/spelen op het schoolplein.

Bij oudere kinderen met een onhandige motoriek zoals houterig bewegen, vaak vallen, struikelen of voorwerpen laten vallen, bewegingsangst, schrijfproblemen, motorische ontwikkelingsachterstand en sportblessures.

Bij orthopedische klachten zoals knie-, enkel-, nek- of rugklachten en na fracturen en immobilisatie (gips/tape).